In de krant van vandaag publiceert het NRC een kort bericht over de boosheid in Egypte over de zaak Marwa Al-Sherbini.
Het is jammer dat deze zaak alleen maar opgepakt is door de redactie Midden Oosten en niet voor de redactie die zich bezig houdt met Duitsland. Het nadeel van berichtgeving van de protesten in Egypte, is dat het een stereotiep beeld geeft: “woedende moslim-menigte, boos op ‘het’ westen.”
Dat soort berichtgeving speelt de anti-islam-retoriek in de kaart: zie je wel, het is een bedreigende, enge massa mensen, die heel erg snel kwaad wordt, zodra er ergens in de wereld één moslimvrouw gedood wordt door ‘een gek’.
Op deze manier wordt het Nederlandse nieuws een speelbal van Egyptische propaganda enerzijds en de anti-islam-retoriek anderzijds. Het zou mooi zijn als een kwaliteitskrant zoals het NRC daaraan weet te ontsnappen.
Wat ik interessant vind aan deze zaak: de vrouw was assertief, ze klaagde de man aan voor discriminatie, ze won deze zaak. Behalve slachtoffer, was ze ook iemand die het heft in eigen hand nam. Behalve treuren over Al-Sherbini, kunnen we ook bewondering hebben voor haar. Door deze zaak op die manier te benaderen, is het mogelijk uit de dichotomie (islam-westen, dader-slachtoffer) te ontsnappen. Het doorbreekt daarbij het stereotiepe beeld van de gehoofddoekte vrouw als onderdrukt en zielig.
Wat me opvalt is dat er – door het zwijgen van de Nederlandse media – twee groepen Nederlanders zijn die deze zaak met een totaal ander perspectief zien:
1. mensen die het Arabische nieuws volgen (Marokkaanse Nederlanders o.a.) en overspoeld worden met nieuws over deze zaak. Deze mensen worden door de Egyptische media bevestigd in hun angsten en gevoel van dreiging door het anti-islam-klimaat in Nederland. Egyptische & Arabische media zullen dat gevoel van bedreiging alleen maar groter maken.
2. mensen die geen toegang/interesse hebben in de Arabische media, en die niet weten wat er speelt: in Duitsland niet, maar vooral weten ze nu ook niet wat er in speelt onder Groep 1.
Groep 1 krijgt alleen maar info vanuit dit Egyptisch/Arabisch perspectief, waar zeer veel kanttekeningen bij te maken zijn. Oftewel: hier is dus een schone taak weggelegd voor de Nederlandse media, maar die hebben deze kans voorbij laten gaan. Voor groep 1 is kritiek op de Egyptische media vanuit Nederlands perspectief, pas waarachtig wanneer er in Nederland wél uitgebreid aandacht is besteed aan deze moord in de context van het Europees anti-islam-klimaat. Voor groep 1 is deze moord relevant al vóór de ophef in Egypte (NIO bericht er dan ook over, zonder de Egyptische ‘massa’ te noemen).
Een recept voor onbegrip tussen bevolkingsgroepen, lijkt me zo.
Een argument tégen de relevantie voor berichtgeving over deze moord (voordat Egypte zich ermee bemoeide) is: de dader is ‘een gek’. De dader moet natuurlijk worden afgeschreven als een gestoorde gek, net zoals de dader van Koninginnedag, Volkert van der G, en Mohammed B. Vooralsnog wordt Mohammed B. niet afgeschreven als een gek, maar gezien als exponent van een bedreigende religie. Gaan we alleen de witte moordenaars afschilderen als gestoorde eenlingen? Als Mohammed B een exponent is van een tendens, dan is de Duitse dader in Dresden dat ook.